Wouter in het land

Door Lean op maandag 16 maart 2009 14:18 - Reacties (5)
Categorie: -, Views: 3.047

Daar stond hij dan. Een gure wind blies om het gebouw en deed verwoede pogingen om z'n sigaret uit te blazen. Hij stond niet zomaar in die gure wind, maar hij stond er wel voor het laatst. "We moeten je helaas ontslaan, we zullen je missen, we moesten iemand kiezen" en meer van dat soort gewauwel waren de laatste woorden geweest voordat hij het statige makelaarskantoor uitstapte. Slechts een schampere blik kon er vanaf toen de directeur met zijn flamboyante verschijning in een splinternieuw A6 stapte: zak.

Hij had sowieso iets tegen auto’s gekregen de afgelopen 3 maanden. Zeer zeker niet om het klimaatprobleem, dat zou 'm worst wezen. Dat duurde allemaal nog zo lang, en kinderen had hij niet. Nee, er lag een soort innerlijke haat tegen alles dat hem aan zijn baan herinnerde. Met zijn auto had hij klanten moeten lijmen om een veel te duur huis te kopen met een veel te hoge hypotheek. Maar omzet is omzet, zo luidde het devies. En eigenlijk was dat ook precies waarom er nu een crisis was en waarom hij op straat stond. Het ergste van alles was nog dat hij er ook zelf schuldig aan was.

Omdat die auto nu een no-go was geworden ging hij maar met de bus. Lijn 23, en volgens zijn berekeningen was de veels te dikke chauffeur de dienstdoende bestuurder van het gele gevaarte op wielen. De beste man had zo’n grote snor dat hij daarmee heel dat stinkende kantoor aan kon vegen.
Och ja, hij had het er ook wel naar z’n zin gehad. Een geslaagde verkoop met een vette winstmarge was reden tot feest. Maar eigenlijk was het geen echt feest, maar meer het zoveelste ritueel om aan anderen te vertellen hoe goed jij wel mensen op kon lichten. En er moet gezegd worden, dat is niet voor iedereen weggelegd.

Plotseling vond hij zichzelf terug in de bus. Een oude man zat hem bedenkelijk aan te kijken en het scheen dat er iets van hem verwacht werd. Hij keek vragend terug. “Gij benne t eg! mensen, kijk eres an. Dat ik nog mee mocht maken om bij Wouter Bos in de bus te zitten!” De man begon het aloude riedeltje over Den Haag op te hangen. Er gebeurde niets, hij ging gekort worden op z’n AOW en het was allemaal de schuld van de PvdA, en met name van hem, Wouter. Niet bepaald de nieuwe variant van Drees.

Het verbaasde hem eigenlijk helemaal niet. Het was de zoveelste keer dat hij vergeleken werd met Wouter Bos, en hij begon met een allervriendelijkst gezicht uit te leggen dat hij niet eens Wouter heette, en dat ook hij niets van mensen uit Den Haag moest hebben. De man keek hem wat vertwijfeld aan en begon vervolgens toch een gesprek over de crisis. En de mensen om hen heen zetten allemaal hetzelfde vermoeide gezicht op zoals iedere Nederlander dat tegenwoordig gewoon was. Het verbaasde hem dat iedereen binnen een half jaar opeens financieel deskundig bleek te zijn. Er waren notabene mensen die dachten de oplossing gevonden te hebben, maar bij enig doorvragen praten ook zij zich vast. Politici verging het evenzo. Hij benijdde die mensen helemaal niet, ondanks dat zij zeker wisten dat ze een job hadden de komende tijd. Hij was 1 van de mensen die zichzelf in stilzwijgen hulde als het ging om “de crisis.” Hij kon prima te dure huizen verkopen, de wet van vraag en aanbod was hem heel duidelijk en op het moment dat hij z’n dure Santoni’s afrekende bedorf de gedachte aan zijn bankrekening toch de aanblik van de nieuwe glimmende pantoffels aan z’n voeten.

Maar was het zonder al dat geld beter geweest? Was het niet ontzettend hypocriet om nu bankiers aan te wijzen als de schuldigen en politici als de dokters van de economie? Hij wilde toch ook een nieuwe job, liever gisteren dan vandaag waardoor hij in ieder geval weer in staat was drie keer per jaar een Transavia toestel te betreden, om zichzelf vervolgens naar de 1 van de mediterrane afbakpaleizen te laten vliegen? Die baan boeide hem niet, echter bevreemde hem zijn manier van leven wel. Drie keer in ’t jaar gemaakte lol met net iets te vriendelijke stewardessen of iedere dag met plezier naar je werk en 1 keer in ’t jaar je ergeren aan mensen voor de paspoortcontrole op Schiphol? Het was hem duidelijk. Voordat lijn 23 gearriveerd was wist hij de allesbepalende crisis te omvatten in 1 woord: hypocriet.

“Mensen”, zo stond hij op en hij sprak alle mensen aan in de bus, “ik ben het eigenlijk toch wel, Wouter ja. Stiekem zit ik hier omdat ik het ook niet meer weet, wat zou u doen in mijn positie?”
Een doodse stilte maakte zich meester in de bus. Als politici het niet meer weten en ze in een bus gaan zitten is het wel heel erg gesteld met ze. Laat staan het probleem waar ze mee zitten. En plotseling realiseerde iedereen zich dat de crisis dichtbij ging komen.

De chauffeur draaide zich om en zei met een gebroken stem: “Zorg dat ik te eten heb. Vandaag en morgen, en ook mijn familie.” De oude vrouw achterin de bus waarvan het al de hele rit leek alsof ze sliep bleek plotseling actief geworden en ze zei met een verrassend heldere stem: “laat mensen zien dat ze het verkeerde zoeken.”
De bus remde af. Halte Grebbelaan meldde de buschauffeur. De man stapte uit en vervolgde zijn tocht naar huis. En hij wist, ondanks dat hij Wouter niet was, er morgen in alle kranten zou staan dat Wouter het volk om raad had gevraagd. Voor die tijd moest heel de wereld weten dat ze het verkeerde zochten. Het verkeerde was niet de drang naar meer geld. Het verkeerde was de drang om niet tevreden te zijn met het hier en nu . Meer geld willen hebben was niet materialistisch, het was angst. De angst om anders te zijn dan anderen. Hij had het gezien, en het zou een lange nacht worden…